Kaia Travel
| Zwaluwstraat 31 |
| 7471HH Goor |
| Nederland |
|
| Tel: | +31 (0)547 263638 |
| Fax: | +31 (0)547 263007 |
| Mob: | +31 (0)641 246844 |
| Mail: | info@kaia-travel.nl |
Struisvogels
Het centrum van de struisvogel opfok is het rustige stadje Oudtshoorn. Hier in de buurt kun je diversen struisvogel boederijen bezoeken o.a. Highgate en Safari. De 'Struthio camelus' is de 'Speedy Gonzalez' onder de vogels. Hij kan het snelst lopen (70 km/u, gedurende een half uur) maar vliegen kan de struisvogel niet. Ooit was hij een geëerd producent voor de modieuse kleding van de dames. Zijn veren sierden van eind 19de begin 20ste eeuw in de vorm van boa's de schouders en hoeden van de vrouwen uit de zogeheten 'betere stand' in Europa en de Verenigde Staten. De huid is als zacht leder en wordt aangewend voor de aanmaak van handtassen, schoenen of portefeuilles en andere luxeproducten.
De vraag naar veren bereikte haar piek tussen 1875 en 1910. De veren waren zo populair dat de prijs zelfs die van goud of diamant ging overtreffen! De modegril veroverde Parijs, Londen en New York zorgde ervoor dat de vraag naar struisvogelveren enorm toenam. In 1870 werd er 8.000 kg struisvogelveren uitgevoerd, in 1880 zelfs 115.000 kg. Hun verenkleed bestaat uit grijze, stekelige veren (geen dons). Vooral pronkveren van de mannetjesveren worden geplukt. Per dier kan dat om de negen maanden herhaald worden. Eén mannetjesstruisvogel waarborgt jaarlijks 10 kg aan veren. Het mannetje is vooral zwart, maar heeft witte vleugels en een witte staart. Het vrouwtje is hoofdzakelijk bruin. De struisvogelboeren werden superrijk en zij bouwden in de 19de en 20ste eeuw de zogeheten 'verenpaleizen' toen alle chique dames hunkerden naar struisvogelveren op hun hoeden en jurken. Ruim 85% van de productie ging naar het buitenland. Verenpaleizen werden in Victoriaanse stijl opgetrokken. Toen liepen ruim 750.000 struisvogels in het Karoo-gebied en rondom Oudtshoorn. De hunker naar weelde en rijkdom leidde tot een massale overproductie in 1885, maar de lokale sector hervond zich en de verkoop bereikte, ondanks zware overstromingen, opnieuw hoge pieken omstreeks 1913. Toen was echter al verzet gerezen tegen het doden van sommige dieren voor hun veren. Er werden voorwaarden gesteld en de Britse koningin Alexandra gaf in 1906 een eerste doodsteek aan de struisvogelveren productie: 'Gedaan met struisvogelveren!'. De Queen tooide zich voortaan alleen met geverfde eenden- en ganzenveren. Net voor Eerste Wereldoorlog werdt het definitieve einde van de struisvogelnijverheid, hierdoor veranderde ook de mode. Grote dameshoeden werden geruild voor kleinere hoedjes, waarop geen plaats meer was voor struisvogelveren. Er zijn nu nog ongeveer 3500 struisvogel boeren goed voor ca. 90.000 struisvogels. Van de struisveren die rijke dames sierden, worden nu veel plumeau's gemaakt, die alleen een schoonmaakster blij kan maken. Grandeur et décadence! De volstrus, zoals de Afrikaners hem noemen (ostrich in het Engels), bleef echter wel een winstgevend dier. Zijn eieren steken veler ogen uit, vooral wanneer zij keurig met de hand beschilderd zijn en zijn vlees bereikte eveneens de Europese tafels. Eén struisvogelei is goed voor 30 kippen eitjes, waarvan overigens heerlijke omeletten met een zeer speciale smaak van gemaakt kunnen worden. Een struisvogel kan een hoogte bereiken tot 2,5 meter. Zijn lange hals is goed voor de helft van die hoogte en is bijzonder flexibel: kan tot 360° omdraaien. De snavel is spits in zijn kleine kop zitten grote ogen. Hij kan tot 150 kg wegen en is hierdoor ook de zwaarste vogel onder de vogels. Mannetjes vormen een harem van drie tot vijf vrouwtjes. In de paartijd zetten zij letterlijk hun 'beste beentje voor'. Zij vechten met de poten om het mooiste vrouwtje. Het vrouwtje legt 15 tot 60 eieren en het broeden vergt een veertigtal dagen. Het mannetje broedt mee. Een pasgeboren struisvogel kuiken is zo groot als een kip. Dankzij zijn scherpe zintuigen merkt de struisvogel onmiddellijk gevaar op. Zijn snelheid van 70 km/u laat hem toe om vrij eenvoudig te ontsnappen aan roofdieren. Als dat niet volstaat verdedigt hij zich door te schoppen met zijn sterke poten. Onderaan die poten heeft hij slechts twee tenen. Eén ervan heeft een klauw. De vleugel punten worden ook wel eens als wapen ingezet. Een bange struisvogel, die 'zijn kop in het zand steekt', is een hardnekkig fabel. Bij gevaar drukt hij wel zijn lange, flexibele hals plat tegen de grond om zijn belager te misleiden. Die ziet alleen nog de romp en kan dan denken, dat het een termietenheuvel of een rots is. Struisies' zijn planteneters hoewel zij ook wel insecten en kleine gewervelde diertjes eten. Soms eten zij ook zand en kleine steentjes die in hun maag het ingenomen voedsel moeten malen. Zie ook: www.safariostrich.co.za en www.highgate.co.za
Laatste update:
16 November 2009
Top pagina
|