Kaia Travel

Zwaluwstraat 31
7471HH Goor
Nederland
Tel:+31 (0)547 263638
Fax:+31 (0)547 263007
Mob:+31 (0)641 246844
Mail:info@kaia-travel.nl

Vogels van Zuidelijk Afrika

Vogelaars kunnen in Zuidelijk Afrika hun hart ophalen want hier vliegen maar liefst 850 soorten in het rond!. Van Kaapse Aalschovers en Dominicaanse meeuwen, Zwartvoetpinguins en roodsnaveltokken tot struisvogels!. Neem je verrekijker mee en wie weet spot je deze bijzondere vogels in het wild.

Afrikaanse Zwarte Scholekster

De Afrikaanse Zwarte Scholekster is de grootste in zijn soort. Volwassenen hebben ink tzwarte veren, rozeachtige poten en een lange, mesachtige oranjerode snavel. Daarentegen zijn z’n ogen en oogkringen rood. De vrouwtjes zijn (ongebruikelijk) langer en groter dan mannetjes en hebben langere snavels. Een mannetje weegt ongeveer 660 gram en een vrouwtje zo’n 720 gram als ze uitgegroeid zijn. Ze worden ook wel “Oyster catchers” genoemd omdat ze oesters vanaf de rotsen eten.

Dominicaanse meeuw

De Dominicaanse meeuw is de enige meeuw die vaak gezien wordt op Antarctica waar ze de gedurende het jaar de kust en de eilanden van de Antarctische Peninsula bezetten. Ze zijn wijds verspreid over het zuidelijke halfrond. De Dominicaanse meeuw is een grote meeuw en heeft een witte kop en een gele snavel. Het zijn experts als het aankomt op het neerdalen naar voedsel op het wateroppervlak. De meeuw eet amfibieën, vogels, vissen, weekdieren, reptielen, wormen en zelfs kleine zoogdieren! Zijn lievelingsmaaltje zijn de Antarctische zeeslakken Het broeden gebeurt eind november en duurt gemiddeld een maand. De eieren komen vervolgens tussen half december en eind januari uit. De Dominicaanse meeuw komt ook voor in het zuiden van Afrika, Australie en Zuid-Amerika.

Geelsnavelneushoornvogel

Deze kleine Afrikaanse neushoornvogel heeft (heel toevallig) een helder gele, kromme snavel, een lange zwarte staart en zwarte met wit gevlekte vleugels. Geelsnaveltoks (zoals ze ook wel worden genoemd) bouwen hun nesten meestal in holle bomen. Ze eten insekten dus jagen doen ze doorgaans op de grond. De neushoornvogels kunnen een bijzondere samenwerking aangaan met dwergmangoesten. Als deze roofdiertjes op de savanne naar voedsel zoeken, jagen ze sprinkhanen op. De toks maken daar dankbaar gebruik van. Als wederdienst letten de vogels op de omgeving. Bij gevaar slaan ze alarm waardoor de mangoesten snel naar hun holen kunnen vluchten.

Gieren/Vultures

Samen met slangen en hyena's worden gieren gezien als de slechteriken van het Afrikaanse dierenrijk. Ze zijn echter een van de meest samenwerkende dieren van het continent, en maken wezenlijk deel uit van hun plaatselijke ecosysteem. Afrika telt 11 van de 16 gierensoorten ter wereld, die allemaal toegewijde aaseters zijn en zich van de vitale taak kwijten om rottende kadavers op te ruimen. In tegenstelling tot adelaars en haviken, die scherpe klauwen hebben, zijn gieren er niet voor toegerust om zelf te doden.
In feite komt het grootste deel van hun voedsel van sterfte door ouderdom, ziekte, gebroken ledematen en doodgeboren jongen. Gieren leven niet alleen vreedzaam naast elkaar, maar vullen elkaar ook wederzijds aan, door hun verschillende technieken van foerageren en eten. De oorgier is de grootste van de Afrikaanse soorten, met een vleugelspanning van meer dan drie meter. Deze gier is de enige met een snavel die sterk genoeg is om een stugge buffel- of giraffenhuid open te scheuren - en de andere vale gieren wachten tot de oorgier klaar is met zijn maaltijd. De aasgier is een van de kleinste gieren en wordt bij een karkas al snel weggejaagd door grotere gieren. Hij beperkt zich vaak tot de laatste restjes of gaat zelf op jacht naar insecten of eieren (vooral van flamingo's). Ook zijn aasgieren vaak te vinden op vuilnishopen bij steden en dorpen. Van de aasgieren is bekend dat ze werktuigen gebruiken. Ze breken bijvoorbeeld een struisvogelei open met een steen die ze met hun snavel hebben opgepakt. Gieren vormen paren voor het leven, dat bij de Ruppels gier veertig of vijftig jaar kan zijn. Elk jaar wordt slechts een enkel ei gelegd, en het jong wordt maar net zelfstandig wanneer de volgende broedcyclus begint.

Kaapse Aalscholver

Er zijn meerdere soorten aalscholvers, maar 'de aalscholver' is de enige die ook in Nederland broedt. Zijn verspreidingsgebied strekt zich uit over Europa en heel Azië (met uitzondering van het hoge Noorden), Midden- en Zuid-Afrika en het Oosten van Noord-Amerika, zowel aan de kust als bij binnenwater. Als ze aan het oppervlak zwemmen, liggen aalscholvers opvallend diep. Onder water zwemmen ze met krachtige pootslagen en ingeklapte vleugels. Op het land staan ze vaak met hun vleugels wijd te drogen.

Kaapse Jan van Gent

Jan-van-gentjes zijn zeevogels die hun prooi met een stootduik van soms wel 4-5 m hoogte proberen te bemachtigen. Daarbij halen ze snelheden van meer dan 100 km/u. Om de klap waarmee ze op het water storten te overleven, hebben ze luchtkamers aan de voorkant van hun lichaam. Jan-van-genten broeden dicht op elkaar in grote kolonies van soms enkele duizenden vogels. Eilandjes of kliffen kunnen helemaal zwart zien van de broedende vogels of hun mest en nesten. Binnen de enorme groep heeft elk dier een vaste partner. Deze paren blijven gewoonlijk ook buiten de broedtijd bij elkaar.

Kaapse Wever

De Kaapse Wever is een vogel met een gemiddelde grootte. Hij heeft een oranjebruin hoofdje een gele borst, z’n bovenlijf is olijfdonker en hij heeft een wit oog. Het vrouwtje heeft een grijze/olijfkleurige rug en is van onder wit. Wevers houden van de Savanne en van tuinen. Ze voeden zich met insecten, spinnen, nectarine en verschillende soorten zaad. Het nest van de Kaapse Wever is ovaalvormig en heeft een kleine verticale buis als ingang.

Roodsnaveltok

De Roodsnaveltok vind je door heel Afrika, behalve in het westen en de centrale regionen. Ze leven meestal op een hoogte van tussen de 1400 en 2000 m. Deze hoornvogel is de meest voorkomende van dit soort vogels. Je herkent hem makkelijk aan de witte vleugels en de rood-oranje snavel. Roodsnaveltoks zijn vrij tam, vooral in de streken waar veel mensen wonen. Ze worden regelmatig gespot bij restaurants rond etenstijd.

Struisvogel

Struisvogels zijn s’ werelds grootste vogels. Doordat de ‘vluchtlading’ te groot was om te vliegen hebben de vleugels de functie tot vliegen verloren en zijn deze nu slechts voor de show. Het is de snelste loopvogel ter wereld. Het lijf van een struisvogel is bedekt met veren (geen dons). Het mannetje is voor het grootste deel zwart, maar heeft witte vleugels en een witte staart. Het vrouwtje is hoofdzakelijk bruin. Struisvogels hebben een relatief kleine kop, maar erg grote ogen.
De lange nek vertegenwoordigt bijna de helft van de lichaamslengte. Volwassen mannetjes kunnen meer dan 2,5 m lang en 155 kg zwaar worden; vrouwtjes zijn iets korter en lichter. Struisvogels hebben krachtige, lange en onbevederde poten. Er zijn twee tenen, waarvan een met nagel en een zonder. Een struisvogel kan snelheden tot 65 kilometer per uur behalen en kan gevaarlijk trappen als het dier in gevaar is. In het paarseizoen vechten de mannetjes met hun sterke poten om de vrouwtjes. De mannetjes hebben een harem van drie tot vijf vrouwtjes. Een van deze vrouwtjes is het alfavrouwtje, dat samen met het mannetje de broedzorg op zich neemt. De lager geplaatste vrouwtjes broeden niet. De vrouwtjes leggen elk ongeveer 10-15 witte eieren in een eenvoudig grondnest. Een struisvogelnest bevat soms 40 of meer eieren die worden uitgebroed gedurende ongeveer 40 dagen. De eieren van de struisvogel zijn groter dan die van ieder ander dier: ze hebben een grootte van 15 bij 12 cm en een gewicht van 1,3 kg. Hierdoor is de dooier van het struisvogelei ook de grootste cel van het ganse dierenrijk (als het net bevrucht is). Struisvogels leven in groepen van vijf tot vijftig dieren, samen met andere savannedieren. Ze eten voornamelijk plantaardig voedsel. Als vijanden nabij komen kan een struisvogel opmerkelijk gedrag vertonen, namelijk met de nek languit op de grond liggen om zo minder op te vallen. Het is echter niet zo dat struisvogels hun kop in het zand steken.

Visarend

De visarend (fish eagle) wordt ook wel ‘the voice of Africa’ genoemd vanwege de eenzame, harde en schrille kreet welke deze vogel door het luchtruim schreeuwt. Zij eten muizen en kleinere vogels, maar zijn op z’n mooist als zij boven het meer zweven en ineens een duik nemen om een vis uit het water te plukken. De visarend is een vrij grote arend (51-58 cm) die graag boven water stilstaand 'bidt' en dan met uitgestoken klauwen op een vis duikt. Het dier eet dan ook voornamelijk vis en is vooral bij beboste meren, rivieren of de zeekust te vinden.
Visarenden vliegen over het wateroppervlak op zoek naar prooi die zich vlak onder het water bevindt. Wanneer er een vis wordt gezien, duikt de arend met zijn kop vooruit naar beneden, en op het laatste moment gooit hij zijn poten naar voren om de vis te pakken. Onder de poten zitten kleine stekels, zodat de visarend zijn glibberige prooi beter kan vastpakken. De visarend komt in Europa voor in Scandinavië en het noordelijk deel van Oost-Europa. Ook aan de kusten van Spanje en de eilanden van de Middellandse Zee wordt hij aangetroffen en vandaar uit ook in delen van Afrika tot aan de Kaap. In Nederland is hij een schaarse doortrekker. De visarend is in vlucht goed te herkennen door zijn geheel witte onderkant en zijn enigszins 'geknikte' vleugels. Andere arenden hebben meestal rechte vleugels.

Zwartvoetpinguin

De zwartvoetpinguin komt voor op het zuidelijk halfrond. Hij jaagt voornamelijk op vis. Het lichaam van de pinguïn is gestroomlijnd. Zijn vleugels zijn omgevormd tot peddels. Onder water schiet het dier snel vooruit en kan hij zich bijzonder goed draaien en voortbewegen. Hij kan niet vliegen. De pinguïn blijft in de buurt van de kust. Hij vlucht het land op voor roofdieren, zoals haaien en zeezoogdieren.

Zuidelijk Hoornraaf

De Zuidelijke Hoornraaf (zuidelijke Grondneushoornvogel of “Ground hornbill) leeft in Afrika, in het deel net onder de Sahara. De vogel is over het algemeen zwart. Hij heeft niet echt een hoorn op zijn snavel, hooguit een knobbel. Hij is een omnivoor, maar eet meestal dierlijk voedsel. Dat voedsel bestaat uit vogeltjes, reptielen, insecten en amfibieën. De Zuidelijke Hoornraaf is één van de grootste ijsvogels van Afrika, hij kan 42 tot 46 cm groot worden. Hij leeft voornamelijk in Zuidelijk- en Centraal Afrika, in de buurt van grote rivieren, dammen en meren met genoeg bomen aan de oever. Ze komen ook voor in gebieden met bossen en savanne, mangroven, riviermondingen en rotsachtige en zanderige kusten. Ze voeden zich in Zaïre en Zimbabwe voornamelijk met vis. In Liberia en Zuid-Afrika bestaat het maaltje voor het grootste deel ui rivierkrabben. Verder eet de Hoornraaf kikkers, padden en af en toe duizendpoten, kleine reptielen en insecten.

Top pagina
Home | Reisblog
Kaia Travel 2009 | Webdesign by www.kaia-africa.nl